tentoonstelling

Remi Verstraete

'Midden Door'

8 & 9 mei 2021

 

de kern, de binnenkant

Vandaag gaat het in de kunst al lang niet meer om het medium maar om het beeld dat een verschil maakt met de representatie van de wereld via de massamedia, functioneel lonkend naar een accelereren van ons  nerveus consumptiegedrag.
Het centrale werk, de kern en het kloppend hart op de in de tijd uiterst gelimiteerde tentoonstelling “Midden Door”, is een video met eindeloos veel statische beelden die met de ritmische regelmaat van een Zwitserse horloge, aan ons oog passeren zonder klank of ondertiteling.
Het betreft een meesterlijk minimaal bewegend patchwork van foto-gefixeerde perceptuele opmerkzaamheid.
Beelden passeren alsof de wereld één groot dorp is geworden; het zijn overwegend machtige beelden uit de natuur waarin niet zelden op een serene manier een symmetrie van beeld-cadrage opduikt, afgewisseld met close-ups van geometrische patronen en 'shots' van het gewone banale, 'uitzicht-loze' leven in bijvoorbeeld een of ander Belgisch dorpje.
Deze beelden zijn geen wereldbeelden en toch zeggen ze in hun strak geregisseerde opeenvolging heel veel over de verborgen schoonheid die ons deel-achtig maakt van de manier waarop een kunstenaar naar de wereld kijkt. De kunstenaar die vervolgens pogingen onderneemt kunst te maken die de klimaat-cultureel bepaalde 'maak-wereld' toont vanuit een onuitputtelijk depot van mogelijke en zomaar voor de hand liggende omstandigheden en situaties.
De beelden kunnen in kleur zijn maar zijn overwegend in zwart-wit; de wereld zwart op wit.
De foto-beelden worden af en toe afgewisseld met abstract gekrabbelde tekeningen die als het ware insinueren op de hersenspinsels die soms onbewust in het complot schuilen bij de mens tijdens het selectief kijken en (ver)kiezen van beelden.
Remi Verstraete loopt met het publiek ver-tonen van zijn foto's in de vorm van een video-projectie niet in de val van handig causale transparantie in perspectief van coherent-lineaire interpretaties bij zijn honderden beelden die hij ons 'format-standaard' opdient.
De beelden vormen een flinke jojo-beweging zonder hiërarchie; ze bestoken het netvlies met de meest uiteenlopende details, close-ups en uitvergrotingen van 'motieven' die over de realiteit van de wereld glijden maar er geen oordeel over vellen. Het zijn woordeloze beelden die ons op een lange reis meenemen; 'waarheen' is niet van belang, wel dat die beelden ons mentaal, zelfs intellectueel beroeren én ons op de rails zetten van een ferme en onvoorziene gedachten-reis.
De inspirerende beelden slalommen bergaf, langsheen de trillende paaltjes van steile hellingen - ze fêteren de bochtige existentie van de kleine, alledaags geleefde wereld mét het sublieme van de onvatbare natuur.
Soms intervenieert in de film een beeld (als een knipoog) van één opengesperd menselijk oog de stille parade van de foto's; daarmee bezegelt de kunstenaar dat het denkend oog de noodzaak uitmaakt om deze revue van beelden te lezen op een manier waarop voor iedereen – naar vrucht en vermogen – deze krachtige foto's kunst (kunnen) worden.  
Deze activiteit heeft te maken met een wisselwerking tussen kijken en kennen. Voor kunstliefhebbers kunnen heel wat beelden connotaties oproepen met iconische schilderkunst en/of met een aan arte povera gelieerde beeldtaal.
De kunstenaar legt hier helemaal geen denk of kijk-hiërarchie op zodat de 'passerende' beelden hun autonomie behouden en de referentiële in- of uitbraak naar de realiteit vanuit de kunst een zaak blijft van de bezoeker die al dan niet bewust bezig is met de stand van kunst-zaken, vroeger en nu.
De videobeelden die de cadans volgen van het 'insijpelend” licht van de niet helemaal te verduisteren kunstruimte Garage Neven, worden door het publiek bekeken van op een 'all over' begaanbare sokkel in de vorm van een vloertekening met blinde cartografie van de wereldbol.
De plaatsloosheid van de vele videobeelden krijgt een echo in het blinde grid van de vlakke wereldbol, waarin de lijnen uiterst precies – maar hier abstract - tijd en ruimte aanduiden die de ervaring van het licht – de dag en de nacht 'grafisch' representeren.
Architectuur, kunst en de bewegende plaatsloze, 'wereldlijke' fotobeelden worden hier ervaren als één beweging; als één suggestie van fysieke, wereldlijke ervaring.
Een aantal op de vloer grafisch weergegeven werelden wrikken zich denkbeeldig in elkaar zodat de indruk ontstaat van een symbiose zoals een cardiogram van pulserende hartslag.
Het publiek staat letter op, in en tussen een immersieve constellatie van perfect gesitueerde werken die een visie op de de wereld koppelen aan een particuliere be-leving van licht en tijd.


de publieke gevel; de buitenkant

De witte gevel van Garage Neven wordt als publiek draagvlak gebruikt om er twee Japans/Chinese karakters op aan te brengen, uitgevoerd met 'lokaal' baksteen-poeder die de kunstenaar aanmaakte door het vermalen van een rode baksteen. Het is alsof de wit overschilderde, gemaquilleerde bakstenen gevel zijn oorspronkelijke, materiële kleur terugkrijgt.
De twee monumentale 'tekens' betekenen twee keer het zelfde, “Midden Door” - de veel-zeggende titel van de expo die (meteen) met deze tekens in de sfeer duikt van oosterse meditatie en notatie-systemen waarin de vorm de inhoud volgt.
De twee monumentale, opvallende en pixel-digitaal aandoende tekens vertonen een perfect symmetrisch spiegelende compositie en de bakstenen kleur (down to earth) ontkracht tegelijk en nadrukkelijk een mogelijk al té metafysische lezing/interpretatie.

De tentoonstelling Midden Door glijdt voorbij in één etmaal; een radicale manier om de essentie van de beleving van dit met zorg op maat gemaakte werk te ervaren als een intense vorm van poëzie of ...  
als een zorgvuldig van de bezoeker ontfutselde tijd waarin de wereld zich verhoudt tot wat nauwelijks meetbaar is.


Luk Lambrecht
maart 2021